Een geschiedenis van de kerstboom!

   Van heidens naar christelijk; van de Europese huiskamer naar Vaticaanstad: een geschiedenis van de kerstboom.

Het Sinterklaasfeest is alweer een tijdje achter de rug en de Advent is aangebroken.. Op dit moment hebben sommige mensen de kerstboom alweer in huis staan; anderen zullen een dezer dagen hun kerstboom bij de handelaar ophalen of, zucht…, de kunstboom van zolder halen. Maar waarom eigenlijk: een ‘Kerstboom’?

De heidense oorsprong van Kerstmis is inmiddels vrij bekend: het oude Germaanse joelfeest (21 dec. – 6 januari) van dagenlang feesten, met op de achtste dag de overgang naar het nieuwe jaar (tegenwoordig Oudjaarsdag). Maar een bekend gebruik dat we vandaag de dag nog hanteren is de boom.
Tijdens het Germaanse joelfeest werden de bomen versierd met blinkende voorwerpen om de boze geesten af te wenden. Bovendien werd er, en daar zien we de huidige traditie al tevoorschijn komen, een groenblijvende (dennen- of sparren-) boom uit een heilig woud gehaald en versierd en wel op het dorpsplein gezet: de midwinterboom.
Na het christelijk worden van Europa, notabene door heidense gebruiken een christelijk tintje te geven, werd vanwege de heidense oorsprong de kerstboom-traditie streng tegengewerkt door christelijke kerken, met name de Katholieke kerk.
Na het christelijk worden van Europa, notabene door heidense gebruiken een christelijk tintje te geven, werd vanwege de heidense oorsprong de kerstboom-traditie streng tegengewerkt door christelijke kerken, met name de Katholieke kerk. Pas in de 17e eeuw vond er een wederopleving plaats: rijkere mensen in Duitsland plaatsten ter gelegenheid van kerstmis bomen in hun huizen, spoedig gevolgd door de Engelse upper-class en de rest van Europa, zelfs tot in Rusland.
In Nederland speelde de ‘Réveil’, een opleving van het Christelijke denken in de negentiende eeuw, een belangrijke rol bij de introductie van de kerstboom in Nederland. De oprichting van zondagsscholen zorgde voor een doorbraak bij het gewone volk. Deze ‘kerstboom’ (een spar, geen dennenboom) was veelal op oorspronkelijke (Germaanse?) wijze versierd, met appels (symbool voor de Hof van Eden: Adam en Eva in het paradijs), noten en kaarsen.
Het was een initiatief van paus Johannes Paulus II, die vond dat het Sint-Pietersplein in de Kersttijd wel wat versiering kon gebruiken.
Veel Christenen zagen de kerstboom als een symbool van ‘Het Licht’. Het Vaticaan waarschuwde echter in de negentiende eeuw nog tegen het heidense gebruik van de kerstboom, omdat hij de aandacht zou afleiden van de werkelijke reden voor feest: de geboorte van Jezus. Sinds 1982 staat echter ook in het Vaticaan een gigantische kerstboom. Het was een initiatief van paus Johannes Paulus II, die vond dat het Sint-Pietersplein in de Kersttijd wel wat versiering kon gebruiken.
Het is traditie dat steeds een andere streek uit Europa een spar aan de paus doneert. De enorme kerstboom wordt over het algemeen versierd met zo’n 2500 kerstballen. De vele kleinere bomen die het Vaticaan uit heel Europa ontvangt, sieren de ruimtes van de paus, kardinalen en de Zwitserse Garde.
               
Tot slot: het kerstliedje ‘Oh Dennenboom’ klopt niet helemaal. Of eigenlijk: helemaal niet. Want de kerstboom van tegenwoordig is in de meeste gevallen geen dennenboom, maar een spar. Dit komt voort uit de legende van de Katholieke missionaris Bonifatius: hij zou sparren hebben gekapt in de Thüringse (Thüringen = deelstaat van Duitsland) bossen en de driehoekige vorm van de boom gebruikt hebben om aan de heidense Germanen het principe van de drie-eenheid (Vader, Zoon en Heilige Geest) uit te leggen. Vanwege het grote succes van Bonifatius werd hij bekend als de Apostel van Duitsland, en Thüringen is precies het gebied waar de kerstboom zijn oorsprong in de moderne tijd lijkt te hebben.

Geef een antwoord