Een Nederlandse paus!

Op 9 januari 1522, precies 500 jaar geleden, werd de Utrechtse timmermanszoon Adriaan Floriszoon Boeyens gekozen als opperste herder van de Kerk. Paus Adrianus VI ging de geschiedenis in als de enige Nederlandse, en, voor meer dan vierhonderd jaar, de laatste niet-Italiaanse paus.

De verkiezing van Adriaan was een unicum in de geschiedenis: na het overlijden van Leo X was het conclaaf volledig verdeeld, de Kerk failliet en een machtsstrijd tussen verschillende partijen op handen. Omdat er na 10 stemrondes een absolute patstelling was, werd besloten een paus te kiezen die niet eens aanwezig was, die voor de meeste kardinalen een volslagen onbekende was en bovendien helemaal niet zat te wachten op het pausschap! Toen Adriaan het nieuws bereikte dat hij was verkozen, geloofde hij het in eerste instantie niet, tot hij een paar dagen later de officiële papieren ontving. In het antwoord naar de kardinalen in Rome noemt Adriaan zich ongeschikt voor zijn nieuwe waardigheid en zegt hij dat hij “alleen ter ere van God en uit respect voor de Kerk” het ambt wil aanvaarden. Hij zet vervolgens direct de toon door, in breuk met de dan vijfhonderd jaar oude traditie, zijn eigen doopnaam te behouden: Adrianus, zoon van een timmerman uit Utrecht, is in 1522 de nieuwe opperste herder van de Kerk.

Als Adrianus een halfjaar later aankomt in de Italiaanse havenstad Ostia, in een kleine roeiboot onder begeleiding van zes kardinalen, wil hij zonder verdere omhaal direct richting Rome. Vanwege de heersende pestepidemie zijn er echter geen paarden beschikbaar. Adrianus vordert daarom de eerste de beste ezel en rijdt richting Rome, zijn kardinalen stomverbaasd achterlatend. Op 31 augustus wordt hij gekroond tot paus Adrianus VI.

“Adrianus riep op tot algehele soberheid”

Eenmaal in Rome pakt Adrianus de koe bij de botte hoorns en zorgt voor een totale cultuuromslag. Kardinalen mogen geen asiel meer verlenen aan misdadigers, op het grondgebied van Rome mogen geen wapens worden gedragen en alle priesters moeten hun baard afscheren. De Katholieke hofhouding schudt op zijn grondvesten, want wat is er in hemelsnaam verkozen als leider van de Kerk? Adrianus moest bovendien niets weten van rijkdom en luxe, iets wat zijn relatie met de andere kardinalen niet ten goede kwam: geschenken waardeerde hij niet, en hij zond ze meestal met een sneer terug aan de gever: men moest zich richten op het hemelse in plaats van het aardse. Adrianus riep op tot algehele soberheid: hij moest ook niets hebben van de verfijnde Italiaanse keuken en liet zijn eigen kokkin overkomen uit de Nederlanden, die voortaan hutspot op tafel zette. Dit schoot de mensen al helemaal in het verkeerde keelgat: het gerecht was voor de Italianen totaal onbekend en paste in de verste verte niet bij de hoogontwikkelde Italiaanse cultuur.

 

Naast een cultuurbarbaar was de paus ook nog eens lui: toen hij zat te werken aan zijn immense bureau werd hij het zat om telkens te moeten opstaan en lopen om spullen te pakken. Hij bedacht daarvoor een oplossing: de timmerman maakte rails langs het bureau, en wielen aan de stoel, om heen en weer te kunnen rijden. Zo zouden we de pontifex maximus “Hollandicus” kunnen zien als vader van de bureaustoel!

 

“De allerbesten kunnen niet tot ontplooiing komen als de tijden dit niet toelaten.”

 

De hervormingspaus Adrianus leek veel op onze huidige paus Franciscus, die aanvankelijk dezelfde naam overwoog. Adrianus was echter totaal niet populair en werd door sommigen ronduit gehaat. Hij wist dan ook niet zijn gewenste hervormingen in de Kerk door te voeren, en zo de Reformatie een halt toe te roepen. Tot overmaat van ramp werd hij ziek: hij overleed na een pontificaat van iets meer dan een jaar, op 14 september 1523. Zijn grafschrift in de kerk Santa Maria dell’Anima in Rome vermeldt: “de allerbesten kunnen niet tot ontplooiing komen als de tijden dit niet toelaten”.

 

Adrianus’ verschijning zorgde ervoor dat er meer dan vierhonderd jaar geen buitenlander meer werd gekozen als paus: de eerste niet-Italiaan sinds Adrianus VI was H. paus Johannes-Paulus II.

Geef een antwoord